INTERVIEW MET IVO BOSWIJK

Hoe, waar en wanneer is jouw liefde voor Slavische muziek begonnen?
Mijn liefde voor de Slavische muziek is begonnen in de tijd dat ik op het Sweelinck Conservatorium zat (1980-1985). Het wereldberoemde koor Le Mystère des Voix Bulgares trok volle zalen in Amsterdam. Ik was verbijsterd door de kracht, puurheid en schoonheid van de stemmen. Dit gevoel werd steeds sterker en op het moment dat ik gevraagd werd om als tenor bij Slavuj te komen zingen kwam de liefde tot volle ontplooiing. Hier vond ik een koor dat de kracht en schoonheid van de Slavische volksmuziek benaderde. Door de ontmoeting met de Bulgaarse zangeres Galina Durmushliyska in 2001 begon ik ook te arrangeren en componeren voor Slavuj.

Hoe heb jij de groei van Slavuj in de periode tot nu toe ervaren?
Slavuj is veel genuanceerder geworden. Het koor is meer volwassen en beweegt zich dynamisch tussen zacht en luid. Daarnaast is er veel meer concentratie, is de uitstraling professioneler geworden en is ook de uitspraak en tekstbegrip enorm verbeterd, mede dankzij de slavist in ons koor, en 'native singers' uit de Oekraïne en Bosnië.

Vind jij Slavuj, toch een Amsterdams koor, ook wel een Slavisch koor?
Ik vind Slavuj wel een Slavisch koor, hoewel we natuurlijk nooit de diepte kunnen bereiken die een 'native choir' heeft. Maar het komt vaak genoeg voor dat mensen uit het publiek denken dat een aantal solisten uit het Slavisch taalgebied komen. We blijven eraan werken om qua taal en stemgeluid zo authentiek mogelijk over te komen.

Hoe is het om wekelijks voor Slavuj te staan?
Er is geen repetitie hetzelfde. Er zijn zoveel factoren die meespelen: de stemming van de groep, mijn eigen stemming, de temperatuur in de oefenruimte, of er een concert zit aan te komen, het instuderen van nieuwe stukken, de balans binnen de groep qua verdeling van solo's. Dit alles maakt dat het spannend blijft om met elkaar te werken.

Hoe geef je verder nog invulling aan jouw liefde voor deze muziek?
Naast Slavuj ben ik ook dirigent van het Bulgaarse koor Čubrica dat zich uitsluitend richt op Bulgaarse muziek en ook gebruik maakt van instrumenten. Verder zit ik het bandje Dusho, een zeskoppige groep die balkan ballades op het repertoire heeft staan. Naast het zingen speel ik daarin klarinet en gitaar. Dan zit ik ook nog in het begeleidingsorkest van de kinderdansgroep Mali Igraci en speel ik als invaller bij de dansgroep Paloina.

Wat hoop je met optredens van Slavuj bij het publiek te bereiken?
Als er één iemand in zijn hart door de muziek geraakt wordt ben ik tevreden. Want daar zoek ik altijd naar, dat muziek ontroert, of dit nu tranen van vreugde of verdriet zijn maakt niet uit.

Tineke Doorten, juni 2010

 

naar lees  /  naar dirigent